Jannie

Helmich van DijkNieuws

Midden in de nacht word ik gebeld door de een van de zussen van Jannie. Jannie is net voor middernacht overleden. ‘Is de schouwarts al geweest?’ is mijn vraag. ‘Nee’, is de reactie. ‘Dan kunnen we nog niets doen’. We spreken af dat ze weer bellen wanneer de arts is geweest. Ik draai me weer om in bed om nog wat nachtrust te pakken. Drie uur later pas opnieuw telefoon. ‘De arts is geweest. Het heeft even geduurd vanwege spoedgevallen’. We spreken af waar we elkaar treffen in het verzorgingstehuis. Met twee zussen van Jannie verzorgen we haar en leggen haar netjes op bed. Ondertussen wisselen we informatie uit. Jannie was niet zomaar een zus, want zij had haar beperkingen. Ze was alleenstaand maar niet alleengaand. De zussen hebben haar in alles geholpen, zeker nadat de ouders overleden waren. Hoe ver ze ook bij Jannie vandaan woonden, iedere zus nam haar taak waar.

Nadat de laatste verzorging is gebeurd, spreken we een tijd af om de begrafenis door te spreken. Ik keer huiswaarts om nog wat te slapen voor zover dat lukt.

Half tien hebben we afgesproken en dan zijn de andere zussen er ook. ‘Maak je borst maar nat met zoveel vrouwen’, zegt een van zussen gekscherend. Dat heb ik geweten, maar gelukkig op een positieve manier. Wat kom ik in een warm nest terecht.

Alle afspraken zijn gemaakt, alles is uitgewerkt en als de dag van begraven naderbij komt, wordt de kist bezorgd. We leggen Jannie in de kist. Met hun zessen sluiten de zussen de kist. De laatste handeling voor de dag van begraven is gedaan.

De dag van begraven breekt aan. De zussen brengen Jannie naar de uitgang van het verzorgingstehuis waar het personeel staat te wachten. We staan even stil en bedanken het personeel voor alle zorg.

Warm en betrokken is de afscheidsdienst waarin de zussen Jannie met woorden schetsen.

De begrafenis verloopt zoals is afgesproken. De zwagers dragen Jannie op handen naar het graf. Voor altijd samen bij haar ouders. Familie is heel tevreden hoe alles is verlopen en ik dus ook. Dankbaar keren we huiswaarts.

Een fotograaf legt alles vast. Ik ga later die middag nog even naar de begraafplaats om een paar foto’s te maken van het gesloten graf om zo de reportage compleet te maken.

Het is inmiddels een paar weken later. We hebben afgesproken nog een keer bij elkaar te komen om terug te kijken op de begrafenis. Het is een hartelijk weerzien. Goed om te zien hoe het met een ieder gaat.   

‘Moet je zien wat we tussen de spullen hebben gevonden van Jannie. Ik had het tussen de spullen gezien en er geen aandacht aan gegeven. Later schoot het me te binnen en ben ik er eens voor gaan zitten’, zegt een van de zussen. Het is een dagboek van Jannie dat ze een periode heeft bijgehouden. Het was precies de periode dat haar/hun vader heel plotseling overleed tijdens een kerkdienst. Bijzonder hoe ze schreef over die periode. De zussen hebben er nooit van geweten. Waardevolle herinneringen aan een lieve zus. Zo mocht ik een inkijkje nemen in het leven van Jannie.

Wat kijk ik in dankbaarheid en met weemoed terug op deze begrafenis.